9 Februari 2012 //
JC
Bedrijven mét remuneratiecomité betalen CEO meer
In bedrijven met een remuneratiecomité verdienen CEO’s meer. Ook meer versnipperde aandeelhoudersstructuren gaan dikwijls samen met duurdere CEO’s.

Voor zijn doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Gent onderzocht Xavier Baeten (Vlerick Leuven Gent Management School) de situatie bij 298 beursgenoteerde ondernemingen in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland. In tegenstelling tot bestaande onderzoeken, die vooral gericht zijn op de Angelsaksische omgeving, focust deze studie op Continentaal Europa en is het grensoverschreidend.

 

De vaststelling dat de aanwezigheid van een remuneratiecomité geassocieerd is met hogere vergoedingsniveaus, ligt volgens Baeten aan het feit dat deze comités meer aandacht besteden aan marktvergelijkingen. “Deze vergelijkingen veroorzaken een opwaarts effect.  Er kunnen dan ook vragen gesteld worden bij de zin van het wettelijk verplicht maken van een remuneratiecomité voor beursgenoteerde ondernemingen, zoals dat in België sinds kort het geval is.”

 

Daarnaast bleek ook dat er geen verband is tussen de remuneratie en meer diversiteit in het remuneratiecomité (bv. meer vrouwen, een sterkere spreiding van leeftijden, meer nationaliteiten). Of het zin heeft om quota’s in te stellen, is dan ook zeer de vraag. Volgens Baeten moet er vooral voor gezorgd worden dat er niet teveel (ex-)topmanagers van andere bedrijven in het comité zetelen. Xavier Baeten: “Blijkbaar heeft de CEO meer macht over deze leden, wat aanleiding geeft tot beïnvloedingsprocessen. In Nederland is het trouwens niet toegestaan dat er meer dan één lid van het comité als manager in een andere onderneming tewerkgesteld is.”

 

Het onderzoek besteedt niet enkel aandacht aan de hoogte van de verloning, maar ook aan de structuur ervan. In dat opzicht bleek dat het aandeel van de variabele verloning (bonus) lager ligt in ondernemingen die gecontroleerd worden door een familiale aandeelhouder. Dit heeft te maken met het feit dat deze aandeelhouders een lange-termijnvisie aanhouden en minder geneigd zijn tot het nemen van risico’s.

 

Andere interessante bevindingen:

  • Er bestaan grote verschillen in aandeelhoudersstructuren binnen Europa: in vergelijking met Duitse (17%) en Nederlandse bedrijven(11%), houdt de belangrijkste aandeelhouder in Belgische (38%) en Franse bedrijven (34%) een groter deel van de aandelen in handen.
  • Institutionele beleggers spelen een belangrijke rol in Nederland (57% van de aandelen zijn in hun handen) en Duitsland (50%). Ze zijn duidelijk minder belangrijk in België (16%). Frankrijk situeert zich tussen beide (39%). Toch bleek dat deze institutionele beleggers geen noemenswaardig effect uitoefenen op het verloningsbeleid.
  • Een doorsnee CEO in de 298 beursgenoteerde ondernemingen uit dit onderzoek, verdiende € 1.115.875. Iets meer dan de helft (56%) van het pakket bestaat uit variabele verloning.
  • 73% van de beursgenoteerde ondernemingen heeft een remuneratiecomité geïnstalleerd.
  • De diversiteit binnen het remuneratiecomité is beperkt: de gemiddelde leeftijd van de leden van het comité bedraagt 61 jaar, met een beperkte spreiding. Bovendien zetelt slechts in 19% van de bedrijven tenminste één vrouw in het comité. Ook het aantal nationaliteiten is beperkt. Bijna de helft is ook tewerkgesteld of tewerkgesteld geweest als topmanager in een ander bedrijf.