9 Februari 2012 //
JC
Belgische pensioenfondsen -0,32%
Na het goede rendement over het jaar 2010 (+9,5%), bleven de Belgische Tweede-pijlerpensioenfondsen over het jaar 2011 zo goed als break-even met een gemiddeld gewogen beleggingsrendement van -0,32%.

De redactie vangt hier en daar geruchten op van beheerders van pensioenfondsen die met de handen in het haar zitten. Hun asset-liabilitiemodellen laten hen in de steek en hun rendementen komen onder druk.

 

Philip Neyt, voorzitter van de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI), verliest er de glimlach niet bij. De Belgische Tweede-pijlerpensioenfondsen wisten hun vermogen in het zeer turbulente en moeilijke 2011in stand te houden, zo luidt het in een persbericht van de BVPI.

 

België telt 226 pensioenfondsen. De BVPI heeft bij een representatief staal van die Belgische 2e pijler pensioenfondsen (Instellingen voor Bedrijfspensioenvoorziening – afgekort IBP’s) een voorlopige enquête gehouden inzake de financiële resultaten over het jaar 2011: “Pensioenfondsen uit de tweede pijler zijn immers geen speculanten, het zijn sociale instellingen met als enige doel de toekomstige pensioenen van hun aangesloten werknemers en gepensioneerden zo goed mogelijk te waarborgen.”

 

Op 31 december 2011 waren pensioenfondsen globaal genomen voor 37% in aandelen belegd, voor 52% in obligaties, voor 4% in vastgoed, voor 4% in liquiditeiten en voor 3% in andere beleggingen (grondstoffen, verzekeringsproducten, investeringen in infrastructuur,

private equity, energie ...).

 

De Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen licht haar leden in wat ze kunnen doen in deze moeilijke tijden, zo schrijft de BVPI: “Onze fondsen wisselen hun ervaringen uit hoe ze reageren op de huidige financiële crisis. Er zijn weinig pensioenfondsen die hun investeringsstrategie wijzigen.” Ze houden wel iets meer cash aan dan gewoonlijk, cash die overigens niet voort komt uit de verkoop van activa, maar veeleer uit nieuwe bijdragen die betaald worden of uit bepaalde obligaties die aflopen.

 

“We raden de fondsen wel aan om in de Raad van Bestuur de situatie op de voet te volgen alsook het impact van de crisis op de dekkingsgraad en het financieringsplan te bekijken en zonodig bij te sturen. Ze moeten ook bekijken welke opties ze zouden overwegen mochten de financiële markten nog verdere correcties ondergaan en dit toetsen met hun solvabiliteit op korte en middellange termijn,” zo adviseert de BVPI.

 

Het is ook hun verantwoordelijkheid om vooral de inrichter van het pensioenplan (de werkgever of het paritair comité, in geval van sectoren) in te lichten. Behoorlijk bestuur en communicatie zijn meer dan ooit essentieel. “Het is belangrijk dat elk fonds met zijn Raad van Bestuur de opties afweegt, ook al hoeft dit niet noodzakelijk te leiden tot directe bijsturingen. Maar weten wat de stand van zaken is en welke opties kunnen overwogen worden, mocht de situatie nog verergeren, is eigen aan goed bestuur, aldus de BVPI: “We moeten niet wachten tot de FSMA de vragen stelt. We hebben als bestuurders onze verantwoordelijkheid.”