29 September 2011 //
Redactie
Lokale financiën ontsporen wel degelijk
Wat minister Bourgeois ook zegt, lokale besturen zullen medewerkers moeten ontslaan, hogere belastingen heffen en broodnodige investeringen uitstellen, zo vreest de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.

Eind september luidde de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) de alarmbel over de dreigende ontsporing van de lokale financiën ten gevolge van een reeks uitdagingen die op de gemeenten, OCMW’s en politiezones afkomen. "Als er niets gebeurt, zullen de lokale investeringen wellicht het eerste slachtoffer worden. Als we weten dat die goed zijn voor 50% van de overheidsinvesteringen, dreigt meteen ook een zwaar conjunctureel effect," aldus Luc Martens (voorzitter VVSG) en Mark Suykens (algemeen directeur VVSG).

 

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois reageerde daarop met de melding dat de budgettaire impact beperkt blijft tot 1,5 à 2 procent. "Dat klopt niet," zo reageert De VVSG.

 

Het totale budget van de Vlaamse gemeenten is 9,3 miljard euro. De stijging voor de pensioenuitgaven voor de statutairen van de Vlaamse gemeenten, OCMW’s en politiezones bedraagt bij de volledige toepassing van het wetsontwerp voor de hervorming van de pensioenen 92 miljoen euro, of ongeveer 1% van het gemeentelijke budget van 2012. In 2013 zal de pensioenfactuur 174 miljoen euro hoger liggen dan in 2011, en in 2014 wordt dat al 259 miljoen euro. In 2015 stijgt het bedrag naar 348 miljoen euro en in 2016 naar 423 miljoen euro.We houden hierbij rekening met de extra pensioenuitgaven van gemeenten, OCMW’s en politiezones. Het tekort van OCMW’s en politiezones wordt immers verplicht gedragen door de gemeenten.

Met andere woorden, van een extra uitgave van 1% van het budget in 2012 gaan we over enkele jaren alleen al door de pensioenevolutie naar een budgettaire impact van 4 tot 5%.

 

Daar komen nog andere financiële uitdagingen bovenop.

 

  • Zo heeft het eventueel wegvallen van een deel van de energiedividenden voor de Vlaamse gemeenten een recurrente budgettaire impact van ca. 0,5% van de uitgaven;
  • De dividenden van de Gemeentelijke Holding (voor de Vlaamse gemeenten in 2008 nog 52 miljoen euro) zijn helemaal weg en komen wellicht ook de volgende jaren niet terug. Dit heeft een budgettaire impact van ca. 0,5% van de uitgaven.
  • Als de gemiddelde leningduur door de verstrenging van de kredietverlening door de banken zakt van gemiddeld 15 naar gemiddeld 8 jaar, liggen de schulduitgaven (aflossingen en intresten) bij gelijke leningvolumes en gelijke intrestvoeten na 8 jaar 35% hoger dan voorheen. Pas daarna beginnen ze weer te dalen. De schulduitgaven van de Vlaamse gemeenten bedragen ca. 12% van de gewone uitgaven. Het mogelijke budgettaire effect voor de gemeenten bedraagt hier 3 tot 4%, zonder de gevolgen voor OCMW’s en politiezones mee te tellen.
  •  De gemeentelijke dotatie aan het OCMW neemt jaarlijks met gemiddeld 3% toe. Ze is goed voor ongeveer 10% van de gemeentelijke uitgaven. Elke extra stijging is meteen goed voor een aanzienlijk budgettair effect.
  •  De noodzakelijke uitgaven in waterzuivering (nog 8,4 miljard euro investeringen te gaan in nieuwe rioleringen en IBA’s, met daarnaast jaarlijks 460 miljoen euro die nodig zijn om het bestaande net te onderhouden, in stand te houden en tijdig te vervangen) hebben zware budgettaire gevolgen. De Vlaamse overheid trekt hiervoor jaarlijks ca. 100 miljoen euro subsidies uit. De saneringsbijdrage die de gemeenten sinds enkele jaren innen op het drinkwaterverbruik (ca. 260 miljoen euro per jaar) volstaat evenmin om de uitgaven op te vangen, dus ook hiervoor moeten besturen uit hun algemene middelen putten.

 

Het is moeilijk om de volledige budgettaire impact van het bovenstaande exact te becijferen. Bovendien is het effect ook niet overal even groot. Gemeenten die wat reserves hebben opgebouwd, zullen de eerste schokken kunnen opvangen, voor andere staat het water nu al aan de lippen. Maar het is in elk geval duidelijk dat de gevolgen een veelvoud bedragen van de door de minister geciteerde 1,5 tot 2% van de begroting.

 

Minister Bourgeois verwijst in zijn reactie terecht op het feit dat het Gemeentefonds ook tijdens de voor de Vlaamse overheid budgettair krappe jaren 2009-2011 is blijven stijgen met 3,5% per jaar. Dat was voor de Vlaamse lokale besturen zeer welkom om enkele schokken van de crisis op te vangen. Per gemeente bedraagt de jaarlijkse groei van het Gemeentefonds soms zelfs meer dan 3,5%, maar ook vaak minder!

 

Verder mogen we niet vergeten dat de Vlaamse overheid intussen wel gesnoeid heeft in andere financiële stromen richting lokale besturen (bv. voor jeugdwerkbeleid, voor monumentenzorg, enz.). Bovendien houdt de Vlaamse regering de middelen voor de gesubsidieerde contractuelen al ruim tien jaar geblokkeerd op 218 miljoen euro. Dat betekent dat de lokale besturen door de indexeringen en de loonsverhogingen een steeds groter deel van die loonkosten gewoon zelf dragen.