1 September 2011 //
Redactie
Pensioenfondsen Tweede Pijler blijven stabiele beleggers
Na een rendement in 2010 van 9,5%, behaalden de Belgische Tweede-Pijlerpensioenfondsen over de eerste zes maanden van 2011 een gemiddeld gewogen rendement van 1,14%. Na inflatie is het reëel rendement echter min 1,39 procent.

Toch is Philip Neyt, Voorzitter van de Belgische Vereniging van Pensioen Instellingen, blij met dat resultaat: "Het doet mij plezier dat de Belgische Tweede-Pijlerpensioenfondsen als transparante lange termijn beleggers in de bewogen eerste zes maanden van 2011 goede resultaten behaald hebben. Deze pensioenfondsen zijn immers geen speculanten, het zijn sociale instellingen met als enige doel om de toekomstige pensioenen van hun aangeslotenen (werknemers en gepensioneerden) zo goed mogelijk te verdedigen." 

Helaas zal deze tweede pijler meer kosten aan werkgevers als de rendementen op de beleggingen lager blijven, zegt Neyt. Hij gaat uit van de vuistregel dat een daling van het rendement met één procentpunt de kosten met 15 procent doet stijgen. Het gemiddelde rendement sinds 1985 bedraagt 6,83 procent, na aftrek van inflatie 4,55 procent. 

De Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI) baseert haar cijfers op een tussentijdse enquête bij een representatief staal van Instellingen voor Bedrijfspensioenvoorziening (IBP’s). De enquête vroeg naar de financiële resultaten over de eerste zes maanden van 2011.

 

Op 30 juni 2011 hanteerden ze de volgende gespreide activaverdeling:

- 38% in aandelen;
- 50% in obligaties;
- 5% in vastgoed;
- 3% in liquiditeiten;
- 4% in andere beleggingen (grondstoffen, verzekeringsproducten, investeringen in infrastructuur, private equity, energie ...).

 

Philip Neyt wijst erop dat de Belgische pensioenfondsenals als lange-termijnbeleggers hun activaverdeling constant houden, "waardoor zij – zoals ook erkend door de ECB – een stabiliserende rol spelen in de financiële markten”.